Martin Brand 2013
Martin Brand 2013

Artikel bronnen

 

appie

cip logo

weetlogo

zoeklicht

Bovenstaande logo's bevatten een link naar de website waarvan op deze site artikelen zijn overgenomen.
Indien wij artikelen overnemen gebeurd dit altijd met vermelding van de bron.
Naast dat wij verzamelen wat voor u als lezer kan helpen het geloofsleven op te bouwen, hopen wij hiermee u ook te helpen aan bronnen die u verder kunnen helpen in die gebieden waar uw interesses liggen.
God is geen concurrent van zichzelf en wij nodigen u dan ook graag uit om in uw zoektocht deze andere sites ook te bezoeken.

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
jezus dood uniek

Wanneer je er vanuit gaat dat Jezus de beroemdste persoon ter wereld is, is het opmerkelijk dat we maar zo weinig over Hem weten. In de Bijbel lezen we nauwelijks iets over Jezus tussen zijn eerste en dertigste levensjaar. Dat is hoogst opmerkelijk.

We gaan er vanuit dat hij in het bedrijf van zijn vader is gestapt als timmerman en hij stoelen, tafels en deuren timmerde. Maar dan heb je het ook wel gehad, die dertig jaar was Hij onbekend en onopgemerkt. Toen Hij dertig was, werd Hij een publiek figuur en veranderde Hij van baan; Hij veranderde van houtbewerker in wonderdoener.

Jezus had wonderbaarlijke krachten tot zijn beschikking die Hij alleen gebruikte om andere mensen te helpen. Hij gebruikte Zijn kracht nooit om iemand pijn te doen, of zoals Petrus later in een toespraak zou zeggen: ‘Hij ging rond, weldoende, om mensen te helpen.’ De zieken werden genezen, de blinden zagen, de doven hoorden, de lammen liepen en de hongerigen kregen eten. Hij redde zijn discipelen zelfs van de verdrinkingsdood. Hij deed niets anders dan goede dingen en toch was hij drie jaar later dood. Dat vraagt om uitleg.

Ik wil het eerst over het kruis hebben, vanuit het menselijk oogpunt. Hier is zowel een menselijk als een goddelijk verhaal over te vertellen, net zoals bij de geboorte. Ik zal opnieuw beginnen met het menselijke verhaal en in het volgende artikel verdergaan met het goddelijke.

tekst 1Toen Jezus 33 was, in de bloei van zijn leven, werd hij gedood. Het is opvallend dat we meer over zijn dood weten dan over zijn leven. Is dat niet uitzonderlijk? Hij stierf niet vanwege een natuurlijke oorzaak zoals een ziekte, veroudering, of iets anders waardoor mensen normaliter overlijden. Hij werd vermoord. Het was een gerechtelijke en officiële moord. Hij werd vermoord alsof hij een gevaarlijke crimineel was, terwijl alles wat Hij gedaan had, bestond uit goede dingen. Jezus was drie jaar lang rond gegaan om goed te doen en toch werd Hij beschouwd als de gevaarlijkste mens die er op dat moment rondliep. Daarom wilde men Hem zo snel mogelijk dood hebben. Hoe kan een van de meest populaire mensen uit de geschiedenis, binnen een korte periode veranderen tot een van de meest gehate?

Executie
De meeste mensen weten wel dat Jezus geëxecuteerd is, maar schatten zijn dood niet op voldoende waarde. Er zijn veel vormen van de doodstraf bekend zoals opknoping of de elektrische stoel. In Rome hakten ze hoofden af met een zwaard. Geen van deze dingen was de manier waarop Jezus stierf. Voor Hem hadden ze namelijk de meest lange, meeslepende, vernederende en pijnlijke dood in petto. Het was de meest gruwelijke dood ooit bedacht door de mens: kruisiging.

Vandaag de dag probeert men de doodstraf snel en pijnloos te maken. Om die reden is het geven van dodelijke injecties nu de meest populaire manier om iemand te doden. Voor Jezus gold het tegenovergestelde. Ik zal hier op enkele bloedige details ingaan omdat ik wil dat je jezelf realiseert hoe afschuwelijk zijn dood was. Kruisiging doodt iemand niet snel

Twee dagen
De kortste lijdensweg, waarop je kon rekenen als je aan een kruis hing, was twee dagen. Het duurde twee tot zeven dagen om iemand aan een kruis te doden. Mensen werden naakt vastgespijkerd aan twee houten balken. Men spijkerde je niet vast door je handpalmen, maar door je polsen. Daar zit een loze ruimte waar men de nagels doorheen sloeg. Datzelfde gold ook voor je voeten. Men sloeg de nagels niet door het midden van je voeten, maar door je enkels. Op die manier kan je lichaam je gewicht aan en blijf je compleet naakt aan het kruis hangen. Alle afbeeldingen van de kruisiging bevatten meestal kleding, maar die kloppen niet. Als je werd gekruisigd, werd je letterlijk volledig blootgesteld aan een publieke vernedering en achtergelaten zonder eten of drinken.

Hoe doodde een kruisiging iemand? Je stierf door verstikking omdat je niet kon ademhalen. Wanneer je als slachtoffer nog kracht had, duwde je jezelf omhoog zodat je kon ademhalen. Als de pijn je te veel werd, ontspande je jezelf en liet je jezelf hangen, maar dan kon je weer niet ademhalen. Je duwde jezelf weer omhoog totdat je weer te veel pijn ervoer. Dit constante omhoog duwen en instorten maakte je lichaam uiteindelijk te zwak. Er kwam een moment dat je benen niet meer de kracht hadden om jezelf omhoog te duwen. Dan begon de verstikkingsdood omdat de druk op de longen te groot werd.

Zoals ik al zei, duurde het twee tot zeven dagen om de dood tot stand te brengen van iemand die naakt aan een kruis hing. Kruisiging resulteert in een afschuwelijke dood. Daarom werd een Romeins staatsburger ook nooit gekruisigd. Het was te onwaardig voor een Romein om zo te sterven. Het werd gereserveerd voor anderen. Het waren Joden die werden gekruisigd en andere heidenen en barbaren die de dood verdienden. Niet de Romeinen.

Je vraagt je hopelijk al af: ‘Waardoor stierf Jezus dan in maar zes uur?’ Die vraag moeten we beantwoorden. Voor het moment wijs ik er nu alleen maar op dat het verschrikkelijk was.

Ik wil eerst uitleggen hoe Jezus, een goede man die niets anders dan goede dingen deed, tot zo’n einde kwam binnen drie korte jaren. Iedereen was het er namelijk over eens dat hij een goed mens was, zelfs zijn vijanden! Is dat niet gek? Er moet een menselijke verklaring voor zijn.

Het antwoord?

Als Jezus op een ander moment in de geschiedenis was geboren en op een andere plek, dan zou dit niet gebeurd zijn. De situatie waarin Hij naar de aarde kwam, was zodanig dat het onvermijdelijk was dat hij zou worden gekruisigd.

Bezetting
Jezus was, is en blijft altijd een Jood. Hij werd binnen het Joodse volk geboren, die destijd in hun eigen land leefden dat hen beloofd was door God, alhoewel ze niet onder eigen bestuur leefden. Ze waren namelijk uit ballingschap gekomen vanuit Babel en waren sindsdien onder vreemde mogendheden. Ze kregen wel hun land terug, maar niet hun vrijheid. Syrië veroverde hen, Egypte veroverde hen, Griekenland veroverde hen en uiteindelijk werden ze veroverd door Rome.

Rome was de meest krachtige bezetter die ze ooit hadden gekend. God wachtte tot de Joden onder de heerschappij waren van Rome voordat hij zijn Zoon zond. God had eeuwen gewacht om zijn Zoon te sturen. Hij sprak 300 jaar niet tegen de Joden. Pas toen de volheid van de tijd kwam, zond hij Jezus. De tijd was rijp voor God om te bereiken wat Hij wilde door de komst van zijn Zoon. Gods Zoon werd vlees en leefde onder ons.

tekst 2Rome was een wrede en bezettende macht. Zo lieten ze de bevolking erg veel belasting betalen. Dat organiseerden ze door middel van tollenaars, vertegenwoordigers van de vijandige bezettende macht. Ze staken vaak grote delen van de opbrengst in hun eigen zakken. Dit waren mannen zoals Zacheüs. Het waren echter niet alleen belastingen. Een Romeinse soldaat kon iemand dwingen om één mijl zijn bagage te dragen. Je werd gedwongen om dat te doen. In het bijzijn van je mede landgenoten droeg je dan de bagage van de Romeinse soldaat. Het was erg vernederend. Jezus maakte het wellicht nog erger door te zeggen dat wanneer iemand je dwingt één mijl met hem te lopen, je er dan twee moet lopen. Dat was destijds misschien wel één van de meest impopulaire lessen van Jezus.

De Romeinen verboden de Joden om de doodstraf uit te voeren, terwijl er in de wet van Mozes zo’n vijftien misdrijven of zonden omschreven werden die moesten worden bestraft met de dood. Dat had God tegen de Joden gezegd, maar men was nu niet in staat die wet uit te voeren. Alleen de Romeinen konden iemand de doodstraf geven. De Joden werd niet langer toegestaan om de doodstraf zelf uit te voeren.

Twee rechtszaken
Jezus had twee rechtszaken, één voor de Joden en één voor de Romein Pontius Pilatus. Ze wilden dat Jezus zou sterven, maar ze konden hem niet zelf legaal de doodstraf geven. Ze moesten het voor elkaar krijgen dat Rome dat zou doen. Dat vertelt ons overigens dat de Romeinen net zo verantwoordelijk waren voor de dood van Jezus als de Joden. Jezus zei dat zelf ook. Hij zei: ‘De Zoon des Mensen zal worden overgeleverd aan de niet-Joden om gedood te worden.’ Ondanks dat heeft de kerk 2000 jaar lang de Joden de schuld gegeven voor de dood van Jezus. We zijn echter allemaal betrokken, zowel de Joden als de niet-joden. Jezus werd geboren in een land dat bezet werd gehouden door een wrede maar sterke vijand, die goed georganiseerd was.

Wat gebeurt er in een bezet land? Om dat uit te leggen kunnen we naar de Tweede Wereldoorlog kijken. In die tijd was Nederland bezet, net zoals Frankrijk, Denemarken en andere landen. Wat er toen met de bevolking aan de hand was is te vergelijken met de Joden onder de Romeinse bezetter. Mensen raakten verdeeld. De oorspronkelijke bevolking raakte verdeeld in drie duidelijke groepen. De eerste groep bestond uit collaborateurs, die samenzweerden met de vijandelijke bezetter. Zij verkochten zichzelf aan de vijand.

De collaborateurs in Jezus’ tijd werden de Sadduceeën en de hogepriesters genoemd. Zij hoorden bij de groep die collaboreerde met de Romeinse overheid in het dagelijks bestuur.

De tweede groep zijn de mensen die tegen de vijand strijden en rebelleren. Zij worden terroristen genoemd door de bezettende heersers. Zelf noemen zij zich vrijheidsstrijders. In de tijd van Jezus noemden zij zichzelf Zeloten. Vanzelfsprekend werd er jacht op hen gemaakt en werden zij gedood door de Romeinen. Daarom moesten zij zich verschuilen in de bergen, in het bijzonder de bergen van Galilea. ’s Nachts trokken zij er op uit om Romeinse troepen te overvallen. Jezus had een Zeloot onder zijn twaalf discipelen, Simon.

De derde groep tijdens een bezetting is de religieuze groep. Zij trekken zich terug uit de politieke situatie en beperken zich tot hun religie. In die tijd werden ze vertegenwoordigd door de Farizeeën. Zij waren er van overtuigd dat het volk van God werd bezet omdat de Joden de wet van Mozes niet hielden. Ze trokken zich terug uit het gewone leven en richtten zich intensief op de wet van Mozes en maakten van de 613 wetten van Mozes duizenden anderen. Om je een voorbeeld te geven: men had de sabbatswet genomen en er duizenden verboden van gemaakt. Je kunt daar misschien om lachen, maar een aantal van die verboden waren belachelijk. Je mocht op de sabbat niet een stok door het zand slepen. Als je een lijn zou tekenen in het zand, werd dat opgevat als ploegen en ploegen is verboden op de sabbat! Ook werd je niet toegestaan om kunsttanden te dragen op de sabbat. Dat werd opgevat als het dragen van een last.

Met alle drie de groepen kwam Jezus gemakkelijk in conflict. Dat kwam door wat Hij zei, deed en wat hij zijn discipelen liet doen. Alle drie de groepen begonnen hem te haten. Jezus kwam altijd wel in problemen met iemand. Ondertussen vroeg iedereen zich af bij welke groep hij zich zou voegen. Dat zou trouwens ook betekenen dat Hij uit de gratie zou raken bij de overige twee. Als Hij zich bij geen van de groepen zou voegen, zou Hij uit de gratie raken bij iedereen. Hij zou dan in ieder geval een erg impopulair persoon worden. Desondanks was het juist zijn populariteit dat een bijkomend probleem vormde.

tekst 3Alle drie de groepen hadden problemen met Jezus: de collaborateurs, de terroristen en de religieuzen. Toch kwam daar nog een extra probleem bij. Jezus was zo populair dat Hij mensen aantrok. Hij was binnen een paar maanden sinds zijn eerste publieke optreden een belangrijk figuur geworden. Hij was daarom een grote bedreiging voor iedereen die het land probeerde te leiden.

Een paar maanden nadat hij was begonnen met publiekelijk spreken, ging Jezus naar zijn dorp. Mensen probeerden hem toen te doden. Het enige wat hij had gedaan was het lezen uit de Schriften en het toevoegen van enkele woorden! Hielden ze misschien niet zo van zijn preek? Dat is inderdaad zo, maar wie gooit er nu een dominee van een klif omdat hij zijn preek niet goed vond? Was het omdat ze dachten dat hij een egoïst was omdat hij de Schrift op zichzelf toepaste en eigenlijk zei: ‘Ik ben de vervulling van wat hier staat?’

Nee, dat is niet waarom ze hem wilden vermoorden.

Ze waren bang voor de Romeinen.

Toen iemand uit Nazareth begon te claimen dat hij de Messias is, wisten de Joden wel wat hen te wachten stond. Dan zouden de Romeinen komen en heel Nazareth wegvagen. Ze zouden wraak nemen.

Daarom zagen ze Jezus al na een paar maanden sinds zijn eerste publieke optreden als een bedreiging. ‘Liever Hij dan wij, laten we snel van hem afkomen,’ zei men. Dat was een van de vele pogingen om Jezus te vermoorden. De eerste poging vond plaats toen Hij een paar maanden was geboren, in Bethlehem. Hij had niets misdaan en toch probeerden ze Hem te vermoorden.

Een paar jaar later probeerden ze Jezus opnieuw te vermoorden. Hij was naar het zuiden van Jeruzalem gegaan en nam deel aan een groot publiekelijk debat over het vaderschap. De Joden claimden dat Abraham hun vader was en ze zeiden tegen Jezus: ‘Jij weet niet wie je vader is.’ Dat was een heel vervelende opmerking. Ze hadden gehoord dat Maria zwanger was geweest, maar niet van Jozef. Het gerucht had zich verspreid.

Het gerucht dat Jezus een onbekende vader heeft verspreidt zich nog altijd. Sommige mensen zeggen vandaag de dag dat Jezus eigenlijk de zoon is van een Romeinse soldaat. Dat gerucht begon toen de Joden tegen hem zeiden: ‘Jij weet niet wie je vader is, maar Abraham is onze vader.’ Eigenlijk stond Abraham in Jezus’ stamboom. Jezus zei: ‘Abraham jullie vader? De duivel is jullie vader!’ Verder zei Hij: ‘Ik kan het nog bewijzen ook want hij is de vader van alle leugen en jullie vertellen leugens over mij. Dan moeten jullie ook wel zijn kinderen zijn. Ik weet wie mijn vader is. Mijn Vader weet zelfs alles over jullie!’

Toen de Joden verder claimden dat Abraham hun vader was, zei Hij ook: ‘Abraham? Hij was enthousiast toen ik kwam.’ Ze antwoordden: ‘Je bent nog niet eens vijftig jaar oud! Abraham is al 2000 jaar dood!’ Jezus zei: ‘Eer Abraham was, ben ik.’ Dat is Gods naam: IK BEN. De Joden namen meteen stenen op om hem dood te gooien, ondanks dat dit hen verboden was door de Romeinen. Dat was nog een poging om hem te vermoorden... Hij ontsnapte echter aan al deze pogingen.

Net zoveel vijanden als vrienden
Je kunt wel zien hoe Jezus een vijand werd van velen. In feite zou het juist zijn om te zeggen dat hij net zoveel vijanden maakte als vrienden. Het zou allemaal uitlopen op een crisis en het was eigenlijk Jezus zelf die deze crisis begon.

Want op een dag ging Jezus naar Jeruzalem. Alle mensen waren in die tijd naar Jeruzalem gekomen voor het Pascha. Jezus koos zijn tijd zorgvuldig. Op de Olijfberg sloegen de mannen uit Galilea hun tenten op en hij was erg populair bij veel van de Galileeërs. Jezus koos ervoor om op een ezel in Jeruzalem te rijden, door het Galilese kamp, via de Olijfberg.

Veel leiders in die tijd vertelden de mensen om stil te zijn, maar op dat moment zei Jezus: ‘Als zij stil zijn, zullen de stenen het nog uitroepen!’ Jezus lokte vrijwillig een publiekelijk spektakel uit om zo de autoriteiten uit te dagen, omdat hij nu had besloten dat Hij klaar was om te sterven en er geen uitweg meer was.

Het is interessant om te lezen in de Bijbel hoe de mensen hem verwelkomden. Men gooide palmbladen op de grond, deden hun jassen af en gooiden die op de grond, zelfs al wisten ze dat de ezel waar Jezus op zat er overheen zou gaan lopen. Ze riepen: ‘Hosanna! Ho-sanna!’ Wij denken vaak dat het een tekst is uit een christelijk lied, maar dat is het niet. ‘Hosanna!’ betekent: ‘Vrijheid, maak ons vrij! Nu! Vrijheid nu!’ Het was een vraag en men dacht werkelijk dat Je-zus kwam om met de Romeinen af te rekenen. Niemand van hen was het echt opgevallen dat Jezus op een ezel zat. Als je komt om te veroveren, kom je toch op een paard?

Wanneer Jezus op een dag weer zal terugkeren, komt hij wel op een paard, maar in dit geval kwam hij op een ezel, in vrede.

Het viel de menigte ook niet op dat hij weende vanwege Jeruzalem.

Hij huilde, maar het viel hen niet op. De mensen hadden hun eigen agenda: ‘Vrijheid nu, bevrijd ons nu, hosanna!’ Wij maken er in de kerk vaak een beleefd ‘hosanna’ van, maar dat is niet wat het betekent. Het was een bewuste uitdaging voor zowel de Romeinse als de Joodse autoriteiten.

Jezus kwam de laatste helling op en ging onder de oostelijke poort Jeruzalem binnen. Dat was het moment waarop het volk stil werd. Hij ging namelijk niet naar rechts, maar naar links. Je kunt niet weten wat dat inhoudt, wanneer je er zelf niet geweest bent. Rechts stond destijds het Romeinse fort, de basis voor hun soldaten in Jeuzalem, het fort ‘Antonio’. Je kunt het nog altijd bezoeken. Links stond de Joodse tempel. Jezus kwam de poort onderdoor en sloeg… linksaf! Dat was een totale verrassing. De menigte viel stil.

Jezus leende een zweep, ging de tempel binnen en joeg de Joden uit de tempel. Dat maakte hem al helemaal impopulair. Hij veegde in z’n eentje de buitenste binnenplaats van de tempel schoon! Die buitenste binnenplaats was toen een markt. Het was de plek waar je je geld moest wisselen, omdat de tempelautoriteiten daar geen normaal geld aanvaardden. Ze aanvaardden alleen tempelmunten wanneer je iets wilde kopen. Daarom waren er geldwisselaars die tegen een hoge prijs geld wisselden. Jezus noemde hen een stelletje dieven.

In de buitenste binnenplaats waren verder dieren en duiven die men kon kopen om te offeren. Die werden tegen exorbitante prijzen verkocht. Het hele gebeuren was in een markt veranderd. Jezus was heel erg boos omdat de buitenste binnenplaats het enige gedeelte van de tempel was waar ook niet-Joden konden komen om te bidden. Dat gedeelte was bedoeld als een huis van gebed voor alle volken, maar nu werd het gedomineerd door het lawaai van de dieren en de geldwisselaars die grof geld probeerden te verdienen.

Jezus ging die binnenplaats op en in pure woede joeg hij niet zozeer de dieren, maar de kooplui en geldwisselaars weg! Kun je jezelf voorstellen wat dat voor invloed had op de situatie? Hoeveel teleurstelling dat teweeg bracht bij het volk? Als je wilt weten waarom het volk een paar dagen later riep om de dood van Jezus, dan is deze gebeurtenis de reden.

tekst 4Mensen hadden hun hoop gesteld op een overwinnende koning die de Romeinen zou wegwerken. Maar alles wat Jezus deed, was de Joden met een zweep wegjagen! Vreselijk tactloos. Tact was nooit een sterk punt van Jezus, net zoals tolerantie. Hij zei: ‘De ijver voor mijn vaders huis verteert mij.’ Hij was boos, erg boos. In pure woede reinigde hij de tempel.

Wat was dat een uitdaging voor de Joodse autoriteiten. Ze namen deze uitdaging al snel serieus en hielden een vergadering. ‘Wat kunnen we aan deze man doen? De wereld loopt hem achterna, wat gaat hij de volgende keer doen? Als hij niet voorzichtig is, komen de Romeinen achter ons aan en vernietigen ons. Het is hij of wij, Jezus of het volk.’ Ze besloten dat hij moest vertrekken. ‘Als we nu niet met hem afrekenen, voordat het feest begint, komen we pas echt in de problemen.’

Twee problemen
Om met Jezus af te rekenen, moest men twee problemen overwinnen.

De eerste: hoe krijg je Hem te pakken? Hij was iedere nacht buiten de stad, op een voor hen onbekende plek. Overdag was Hij vaak wel in de stad, maar werd dan omringd door mensen. Ze moesten een manier vinden om hem te kunnen pakken wanneer Hij alleen was, zodat het niet zou opvallen wanneer ze hem mee zouden nemen. Dat probleem was snel opgelost omdat een discipel van Jezus dol op geld was. Hij sloot een deal voor dertig zilverstukken. Dat was destijds de prijs voor een slaaf.

Als je een slaaf had, verhoogde je daarmee je sociale status. Judas Iskariot zag zijn kans. ‘Ik zal vertellen waar jullie in het geheim je handen op hem kunnen leggen,’ zei hij. Die kans kwam, zoals we weten in de hof van Getsemane. Zo kwam hij binnen het bereik van de tempelautoriteiten. Dat was de oplossing voor het eerste probleem.

Het tweede probleem: ze kenden de wet. Daarom moesten ze een misdaad vinden waar Jezus schuldig aan was en die volgens de wet van Mozes de doodstraf verdiende. Zo zouden ze ook worden geaccepteerd door het volk.

Er zijn vijftien misdaden die volgens de wet van Mozes de doodstraf verdienen. Ik heb er eens een klein lijstje van gemaakt: hoererij, overspel, afgoderij, ongehoorzaamheid aan je ouders, incest en zo verder. Ik kan me voorstellen dat de tempelautoriteiten dit
lijstje aan het doornemen waren en iemand zei: ‘Ik denk niet dat Hij zo’n gebod heeft overtreden.’ Iemand anders: ‘Maar er is wel iets wat Hij heeft gedaan en waarvoor je de doodstraf verdient.’ ‘O, wat dan?’ vroeg een ander. ‘Godslastering,’ antwoordde hij. ‘Iedereen die zichzelf God noemt, is schuldig aan godslastering. Godslastering verdient de doostraf.’ Men had nu een misdaad gevonden waarop de doodstraf stond. Nu konden ze ‘s nachts naar hem toe gaan, wanneer hij alleen was. Ze maakten alles klaar. Zo geschiedde.

Illegale rechtszaak
Jezus werd gearresteerd in de hof van Getsemane en met een kus verraden door Judas Iskariot. Wat een kus! Jezus werd in het geheim, in het donker, voor de rechtbank geleid. Dat is illegaal. Het is nog altijd zo dat alle rechtszaken overdag plaats moeten vinden. Deze rechtzaak vond echter ‘s nachts plaats. Ze overtraden de wet omdat ze de wet wilden handhaven!

Als ze konden bewijzen dat Jezus had geclaimd dat hij God was, konden ze de doodstraf eisen, alhoewel ze hem niet zelf konden executeren. Het probleem was dat dit niet echt wilde lukken omdat ze niet twee getuigen konden vinden die dat konden bevestigen. Er waren verschillende versies van wat hij had gezegd, uit tweede hand. Voor een Joodse rechtbank heb je minstens twee of drie getuigen nodig die dezelfde verklaringen afleggen over iemands woorden of daden. Die getuigen konden ze niet vinden, waarop de rechter iets deed wat niet was toegestaan. Hij beval de gevangene om zichzelf te veroordelen, uit zijn eigen mond.

Je kunt een gevangene niet veroordelen vanwege zijn eigen uitspraken. Dat kan juridisch niet. Toch zei de rechter: ‘Ik bezweer u bij de levende God, vertel ons, bent u de zoon van God?’ Jezus zei eenvoudig: ‘IK BEN’. Dat is de naam van God. Het proces was voltooid. De rechter scheurde zijn kleren en zei: ‘Jullie hebben hem gehoord! Uit zijn eigen mond! Jullie zijn hier met z’n zeventigen. Jullie hebben het allemaal gehoord! We hebben een zaak. Wat is jullie eis?’ Iedereen riep: ‘Dood! Dood! Dood!’

Er waren twee mensen die niet stemden voor de doodstraf. Dat wa-ren Nicodemus, de man die hem een paar maanden eerder ‘s nachts had ontmoet. De andere man was Jozef, uit Arimatea. Ze zouden later allebei een cruciale rol spelen. De 68 anderen stemden voor zijn dood, waardoor de eis vaststond.

Ze hadden de Romeinen nodig
Er kwamen nog meer problemen bij. Jezus verdiende volgens de Joden de doodstraf, hij was schuldig aan godslastering, maar hoe moesten ze hem nu doden? Ze wisten dat alleen de Romeinen dat konden doen, dus ze namen hem mee naar de Romeinen. Alleen was godslastering volgens de Romeinse wetgeving geen misdaad. Je kon onder de Romeinse wet zeggen wat je wilde, je kon jezelf God noemen. Dan zouden ze waarschijnlijk een tempel voor je maken en je aanbidden. Wat voor beschuldiging konden ze dan voor de gouverneur Pontius Pilatus opvoeren?

Pontius Pilatus was de meest verschrikkelijk gouverneur die je je maar kunt voorstellen. Hij begon zijn leven als slaaf en werd geboren in een slavenfamilie. Hij wist zich op te werken in bepaalde sociale kringen en werd uiteindelijk gouverneur. Toch hield hij de mentaliteit van een slaaf. In Israël had hij al reeds 3000 mensen laten kruisigen. Waarschijnlijk heb je nooit over een ander kruis gehoord dan het kruis van Jezus, toch? Misschien drie. Toch waren er duizenden kruisigingen. Als er ook maar iets gebeurde, liet Pilatus mensen kruisigen.

Pilatus stal geld dat eigendom was van de tempel en dat gegeven was door mensen om God te aanbidden. Hij nam dat geld en bouwde er een aquaduct van, zodat er meer water in de stad kon komen. Het resulteerde in een kleine opstand van de Joden, die Pilatus wist neer te slaan met grof geweld. Hij liet hun leiders kruisigen. Bij die man werd Jezus gebracht, voor een Romeinse rechtszaak.

Hoe meer Pilatus met Jezus sprak, des te meer hij er van overtuigd raakte dat Jezus onschuldig was. De aanklacht waarmee ze Jezus bij Pilatus brachten, bestond nu niet uit: ‘Deze man zegt dat hij God is, dat is godslastering.’ Nee, ze veranderde de aanklacht in verraad. ‘Deze man zegt dat hij koning is en wij hebben geen andere koning dan Ceasar.’

Verraad is wel degelijk een misdaad volgens de Romeinse wetgeving en moest worden bestraft met de doodstraf. Merk je hoe ze aan het manoeuvreren en manipuleren waren? Dat deden ze ‘s nachts bij de eerste rechtszaak, in het geheim. Nu deden ze dat ook nog eens publiekelijk bij daglicht. Ze brachten Jezus bij Pilatus met de aanklacht van verraad. Pilatus deed alles wat hij kon om er maar voor te zorgen dat hij deze man niets hoefde aan te doen. Hij bood hen aan hem vrij te laten door te zeggen: ‘Jullie weten dat het gebruikelijk is dat ik iemand vrij laat tijdens het Pascha. Dat zal ik ook doen, maar ik geef jullie een keuze.’

Ze haalden een man uit de gevangenis, Barabbas. Zijn naam betekent ‘zoon van de vader’ en het is ook opmerkelijk dat zijn voornaam ‘Jezus’ was. Wat een ironie in de geschiedenis. Daar stonden ze dan, twee mensen met de naam ‘Jezus, zoon van de vader’. Pilatus zei: ‘Wie van deze twee zal ik vrijlaten?’

Je moet weten dat Barabbas een vrijheidsstrijder was, een terrorist. Het publiek riep: ‘Barabbas! Laat Barabbas vrij!’

Pilatus zond Jezus weg en liet Hem geselen met lange leren riemen met steentjes eraan vast. Het is een afschuwelijk martelinstrument. Ze sloegen en bespuugden Jezus en bespotten hem. Hij kwam bebloed en gebroken terug bij Pilatus en deze zei tegenover het volk: ‘Ziet Hij er nu niet uit als een koning? Zie uw koning!’ Het volk wilde alleen nog meer bloed zien. Het was hen niet genoeg.

Toen kreeg Pilatus een boodschap van zijn vrouw. Ze vertelde hem dat ze een droom had gehad. ‘Bemoei je niet met deze man!’ adviseerde ze. Dit bracht Pilatus helemaal in een split. De Joden hadden namelijk al slechte rapporten naar de Romeinse keizer gestuurd, over hoe hij zijn werk deed. Dat was niet al te best. De keizer had tegen Pilatus gezegd: ‘Als je het nog een keer verpest bij de Joden, dan word je ontslagen.’ Pilatus, met zijn hele carrière op het spel, wetende dat Jezus onschuldig was, waste zijn handen en zei: ‘Ik ben onschuldig aan de dood van deze man. Je kunt met Hem doen wat je wilt. Los het zelf maar op.’ Op deze manier gaf hij toestemming om Hem te laten kruisigen.

tekst 5Hout
De rechtszaak was voorbij en Jezus werd gekruisigd. Een slachtoffer moest zelf de dwarsbalk van zijn kruis dragen en werd met zijn handen aan de balk vastgebonden. Hij moest de balk dragen tot de plek waar hij zou worden gekruisigd. Anderen droegen de lange balk. Terwijl Jezus de dwarsbalk door de stad droeg lachten mensen hem uit en bespotten hem. Er waren vrouwen bij die om hem huilden. Hij keerde zich naar hen toe en zei: ‘Vrouwen, waarom huil je om mij? Ween over uzelf.’ Toen zei hij iets ongewoons: ‘Als ze deze dingen doen terwijl het hout groen is, wat zullen ze dan doen wanneer het droog is?’ Dat is een timmerman aan het woord!

Je hakt hout niet wanneer het groen is. Je wacht totdat hout droog en gerijpt is voordat je het bewerkt. Pas dan begin je het vorm te geven. Hij zei: ‘Ze doen dit met mij, met groen hout. Wat zullen ze met jullie doen wanneer jullie rijp zijn voor het oordeel?’ Jezus keek 40 jaar vooruit, naar de tijd dat de Joden rijp waren voor rebellie en Jeruzalem vernietigd zou worden. ‘Vrouwen van Jeruzalem, ween niet om mij, ween over uzelf. Als ze dit met mij doen, terwijl het hout groen is, wat zullen ze dan met jullie doen?’

Jezus viel op de grond, Hij had namelijk niet meer gegeten sinds het laatste avondmaal. Hij was gegeseld en zwak. Hij viel. Wanneer je armen aan een dwarsbalk zijn gebonden en je valt, val je plat op je gezicht. Dat doet erg veel zeer. De Romeinen realiseerden zich dat Jezus zwak was. Ze haalden de dwarsbalk van Jezus schouders en gaven deze aan een Afrikaan, Simon van Cyrene. Ze zeiden: ‘Jij moet het Kruis een mijl dragen.’ Simon nam de balk op zich.

Naakt
Ze kwamen aan bij de plaats waar ze Jezus zouden gaan kruisigen. Ze namen alle kleren van hem af. Ik heb maar één crucifix gezien in mijn leven waar Jezus niet netjes gekleed is met een doek. Het hangt in de Sagrada Família, de beroemde Spaanse kathedraal in Barcelona. Toen ik er eens op bezoek was, viel het me op dat er een levensgrote crucifix boven de westingang hangt waar Jezus compleet naakt op is afgebeeld. Bij het kruis lootten de soldaten om zijn kleren. Dat was het lot van de soldaten die de onsmakelijke taak hadden om Jezus te kruisigen. Ze lootten om zijn kleren. Dat was duizend jaar eerder voorzegd in Psalm 22.

De soldaten sloegen de nagelen door de polsen en enkels van Jezus en zetten het kruis overeind. Dat veroorzaakte hevige pijn. Jezus was nu op de plek waar het echte martelen zou beginnen. De martelgang duurde bij Jezus zes uur. Ik zal uitleggen hoe dat kwam. De zes uur aan het kruis kun je verdelen in twee keer drie uur; van negen uur in de morgen tot twaalf uur ‘s middags en van twaalf uur ‘s middags tot drie uur ‘s middags.

Soldaten
Tijdens de eerste drie uur strekte zijn bezorgdheid zich uit naar andere mensen. Het waren drie zorgen in het bijzonder. Zijn eerste zorg aan het kruis ging uit naar de soldaten die hem gekruisigd hadden. Hij riep: ‘Vader, vergeef hen, ze weten niet wat ze doen!’ Hij was bezorgd over de mensen die hem hadden gekruisigd. Hij dacht op dat moment aan de dag dat deze mensen rekenschap moeten afleggen over hun leven.

Criminelen
Het volgende waar Jezus zich zorgen over maakte, waren de twee criminelen aan de twee kruisen naast hem. Een dief naast hem bespotte hem, maar de andere crimineel zei: ‘Dat moet je niet doen. Wij verdienen dit, maar hij niet!’ Die stervende dief, misschien wel een stervende terrorist – dat weten we niet – zag in Jezus de koning van de toekomst. Hij zei: ‘Heer, denk aan mij als u in uw koninkrijk komt. Ik geloof het!’

Pilatus had de moed gehad om boven Jezus een bordje te laten plaatsen met daarop de misdaad waarvoor hij werd gekruisigd: ‘Koning van de Joden.’ Ze plaatsten zo’n bordje altijd om mensen te waarschuwen. De misdadiger naast Jezus zei: ‘Wij verdienen dit, hij niet. Denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt.’ Jezus reageerde en zei: ‘Vandaag nog zul je met mij in het paradijs zijn.’ Vandaag!

Moeder
De derde persoon waar Jezus zich zorgen over maakte in de eerste drie uur was zijn moeder. Zijn aardse moeder was er bij het kruis bij, maar zijn hemelse vader was dat niet. Daar zullen we het zo over hebben. Maria was verdrietig, ze zag haar zoon sterven. Ik weet uit eigen ervaring hoe het is om je kind te zien sterven. Je verwacht zoiets niet. Je vindt het oneerlijk, het klopt niet. Jezus zorgde ervoor dat Maria werd geadopteerd door de apostel Johannes, die daar ook was – de enige aanwezige apostel overigens. Hij zei: ‘Johannes, dit is vanaf nu je moeder. Moeder, dit is vanaf nu je zoon.’ In de Bijbel wordt opgemerkt dat Johannes haar vanaf dat moment wegnam van het kruis zodat ze het allemaal niet meer hoefde te zien. Dat gebeurde van negen tot twaalf.

Eenzaamheid
Van twaalf tot drie was er sprake van een totaal andere situatie. Alles wat Jezus vanaf dat moment zei, ging over hemzelf. Het eerste wat hij zei, was: ‘Ik ben dorstig,’ omdat zijn lichaam uitgedroogd raakte. Als pesterijtje gaven ze hem azijn te drinken. Azijn lest je dorst niet, het maakt het alleen maar erger.

tekst 6Toen kwam de eenzaamheid. Jezus realiseerde zich dat Zijn Vader er niet meer bij was. Hij zei: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ Het was de eerste keer in de eeuwigheid dat Hij er alleen voor stond, zonder zijn vader. Het was verschrikkelijk. Toen
riep hij uit: ‘Het is volbracht.’ Hij realiseerde zich dat hij niet verder hoefde te lijden en uiteindelijk kwam Hij bij zijn vierde uitspraak. Dat was iets wat Hij van zijn moeder Maria had geleerd als jongetje. Het komt uit een psalm. Iedere Joodse jongen leert dit gebed op te zeggen voordat hij naar bed gaat. ‘In uw handen beveel ik mijn geest.’ Jezus voegde daar zelf één woord aan toe: ‘vader’. ‘Vader, in uw handel beveel ik mijn geest.’

Waarom stierf Jezus in zes uur? De enige manier waarop iemand aan een kruis snel kan komen te overlijden, is door iemands benen te breken. Dan kan zo iemand zichzelf namelijk niet meer omhoog duwen en kan hij niet meer ademhalen. Men was ook van plan dat te gaan doen bij de drie gekruisigden, omdat om zes uur ’s avonds het Pascha zou beginnen. Je kunt tijdens zo’n feest niet de lichamen laten hangen.

Hart
De soldaten kwamen om de benen te breken van de misdadigers en Jezus. Toen ze bij Jezus aankwamen, werden ze verrast. Hij was al dood. Hoe kan dat? Om er absoluut zeker van te zijn, duwden ze een speer tussen zijn ribben, in zijn hart. Johannes, die terug was gekomen van het wegbrengen van Maria, schreef: ‘Er kwam een stroom van bloed en toen water uit de wond.’

Een dokter in Dublin, Ierland, deed een serie experimenten met doorboorde harten van dode varkens om te zien of hij de ongewone symptomen, die Jezus had, kon nabootsen. Hij kwam na onderzoek tot de conclusie dat Jezus medisch gezien niet zozeer vanwege
de kruisiging is overleden. Het kruis heeft Jezus niet gedood. Maar wat dan wel? Het antwoord is erg simpel: een gebroken hart. Dat is waardoor Jezus medisch gezien stierf.

Jezus stierf aan een gebroken hart.

BRON: 11-01-2017 door David Pawson / Overgenomen van CIP.nl / https://cip.nl/60140-waarom-de-dood-van-jezus-zo-uniek-is/HRoBAgULCypybRxNGh8QchcUGA

Dit delen:

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to Twitter